parochie
Contact/Info
Parochie Heilige Oda

De Goede Herder kerk


Sint-Oedenrode

   versie
   17-05-2011

Vieringen





Parochie Heilige Oda

Pastoor Vincent Blom in RKK TV programma
Eerste Communie en Vormsel 2011
Akte van stichting Parochie Heilige Oda
Benoeming nieuw parochiebestuur
Een nieuw begin
Van de pastor: Even voorstellen
Bisschop Hurkmans benoemt pastoraal werkende
Dekenale startdag
Van de Interparochiële Vereniging (IPV): Op weg naar de nieuwe parochie
Van de pastoor: Op weg naar de nieuwe parochie
Van de pastoor: Even voorstellen
Van de diaken: Even voorstellen
Van het parochiebestuur: 2010 fusiejaar
Vieringen
JoP De Ontdekking
Het "Bloemetje van de week"
Paaskaars - Licht voor 't leven
Liturgie
Eucharistievieringen door de week
Kinderwoorddienst
Doopvoorbereiding

 Kinderviering parochie De Goede Herder, Sint-Oedenrode


Akte van stichting Parochie Heilige Oda

ANTONIUS LAMBERTUS MARIA HURKMANS
DOOR DE GENADE VAN GOD EN DE GUNST VAN DE APOSTOLISCHE STOEL
BISSCHOP VAN ’S-HERTOGENBOSCH

Aan de parochianen van Sint-Oedenrode,
Vrede in de Heer.

Broeders en zusters,

Al eeuwenlang is het geloof in Jezus Christus voor mensen in onze streken een bron van inspiratie en zingeving, van gemeenschapsvorming en menselijkheid, van beschaving en cultuur, van spiritualiteit en innerlijke godsdienstigheid.

Ook in onze tijd zijn er vele mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, priesters, diakens en pastoraal werkers, religieuzen en lekengelovigen die hun leven vormgeven vanuit hun gezamenlijke geloof in Jezus Christus.

De vitaliteit van dit geloof willen we naar de toekomst toe in onze streken bewaren, verdiepen en in uitstraling laten groeien. We willen groeien in geloof en we geloven in groei.

Nadat in 2009 het beleidsplan “Groeien in geloof, geloven in groei”  in werking is getreden, worden overal in ons bisdom nieuwe parochies opgericht.

De parochies van Sint-Oedenrode, Eerschot, Nijnsel, Olland en Boskant zullen na een proces van zorgvuldig overleg samengaan als één nieuwe parochie.

Deze nieuwe parochie heeft als missie een vitale, aantrekkelijke en uitnodigende roomskatholieke geloofsgemeenschap rondom Jezus Christus te zijn en Christus te verkondigen in de hedendaagse multiculturele samenleving. Deze zelfbewuste geloofsgemeenschap wordt opgebouwd vanuit een centrum van parochieleven, dat een gezonde geestelijke én materiële basis heeft en bovendien een thuis vormt voor gelovigen uit het gehele parochiegebied.

Daartoe sticht ik per 14 mei 2010, feestdag van de translatie van de Heilige Oda,
de R.K. Parochie van de Heilige Oda te Sint-Oedenrode.

Deze nieuwe parochie ontstaat per genoemde datum door het samengaan van de parochies:

         Heilige Martinus – centrum
         De Goede Herder – Eerschot
         Heilige Antonius van Padua – Nijnsel
         Heilige Martinus – Olland
         Heilige Rita – Boskant

Bij het van kracht worden van deze akte houden de genoemde parochies op te bestaan en gaan over in de parochie van de Heilige Oda.

Per genoemde datum bestaat het pastoraal team uit de volgende personen:

         Pastoor-Deken V.H.P. Blom
         Pastor P.J.  Rens
         Diaken F.G. van der Geld
         Pastoraal Werkster M.W.A.A. van den Broek

Het parochiebestuur wordt per genoemde datum gevormd door:

         Pastoor-Deken V.H.P. Blom
         De heer W. van Dijk
         De heer H. Gooskens
         De heer Th. van der Heijden
         De heer R. Braat
         De heer H. Kastelijn
         De heer L. Verhoeven
         De heer M. Verboort

In ons bisdom zien wij deze nieuwe parochie van Sint-Oedenrode als een krachtig instrument waardoor de Kerk geloof kan wekken, zingeving toegankelijk kan maken en de gelovigen kan helpen hun geloof op een dusdanige wijze te beleven dat het missionair kan zijn en dienstbaar aan de opbouw van heel de samenleving. Deze nieuwe parochie is een plaats om te groeien in geloof en te geloven in groei.

Moge de Heilige Oda voor u en voor heel deze parochie een voorspraak zijn.

Gegeven te ’s-Hertogenbosch, onder onze handtekening en het zegel, op 1 mei 2010,

+Drs. A.L.M. Hurkmans,
Bisschop van ‘s-Hertogenbosch


Benoeming nieuw parochiebestuur

In aanloop naar de fusie van de vijf parochies van Sint-Oedenrode tot de nieuwe Odaparochie heeft de bisschop van ’s-Hertogenbosch, Mgr. Hurkmans, een nieuw parochiebestuur benoemd met gelijktijdig ontslag van de huidige bestuursleden. De mutaties gaan 14 mei 2010 van kracht.

Tot het bestuur van de parochie van de heilige Oda treden toe:

Pastoor Vincent Blom

Vanuit de Martinusparochie centrum:
Wim van Dijk en Rini Braat

Vanuit de Goede Herderparochie Eerschot:
Henri Gooskens en Theo van der Heijden

Vanuit de Antonius van Paduaparochie Nijnsel:
Lambert Verhoeven

Vanuit de Martinusparochie Olland:
Henk Kastelijn

Vanuit de Ritaparochie Boskant:
Martien Verboort

Pastoor Blom is van rechtswege de voorzitter van het bestuur, Wim van Dijk vervult de post van vice-voorzitter, Henri Gooskens wordt secretaris en Theo van der Heijden penningmeester.

Voor een aantal bestuurleden geldt een beperkte zittingsduur vanwege het aflopen van de bestuurstermijn of het reeds verstrijken daarvan. Wim van Dijk, Lambert Verhoeven, Henk Kastelijn en Martien Verboort zullen tot en met 31 december volgend jaar (2011) zitting hebben in het bestuur. In het kader van de overgang naar de nieuwe parochie en vanuit hun bestuurservaring binnen de Interparochiële Vereniging is aan hen een beperkte zittingsduur verleent. Na de opstartfase zullen dus eind volgend jaar enkele nieuwe bestuursleden toetreden.


Een nieuw begin

9 mei 2010
Wanneer ik dit artikel schrijf, ligt de datum van 9 mei in het vooruitzicht. Op 9 mei sticht de bisschop de nieuwe parochie van Sint-Oedenrode. Door de vertegenwoordigers van de diverse parochiebesturen, verenigd in het IPV, is er hard gewerkt aan dit samengaan van de vijf Rooise parochies. Het proces van samengaan is echter nog niet af. Integendeel, parochie-opbouw gaat altijd door. In de tijd die voor ons ligt, gaan we hier mee verder. Niet alleen bestuurlijk, ook op pastoraal gebied zullen we de zaken meer op elkaar moeten gaan afstemmen. Het pastorale team gaat zich in de komende periode buigen over een goede taakverdeling en een goede afstemming van de taken en de verantwoordelijkheden.

Benoeming pastoraal werkster
Het is verheugend om mevrouw Drs. Ir. Manon van den Broek te mogen verwelkomen in het team van Sint-Oedenrode. Manon van den Broek is de afgelopen vier jaar werkzaam geweest als pastoraal werkster in de parochies van Heeswijk, Dinther en Loosbroek. Zij is getrouwd en moeder van drie kinderen. Na haar studie aan de landbouw-universiteit van Wageningen en een docentschap aan de HAS heeft zij in Utrecht theologie gestudeerd. In parochies van Heeswijk, Dinther en Loosbroek zijn de katechese rond eerste communie en vormsel, alsmede jongerenpastoraat en diakonie belangrijke aandachtspunten geweest. De daar opgedane ervaring zal zij ook hier in Sint-Oedenrode zeker benutten. Daarnaast heeft ook het persoonlijk pastoraat haar aandacht.

Het pastoraal team
Manon van den Broek zal samen met diaken Frank van der Geld,  pastor Paul Rens en ondergetekende het team vormen dat vanaf 1 mei werkzaam is in de nieuwe Odaparochie van Sint-Oedenrode. Het pastoraal team wordt half mei uitgebreid met de functie van een secretariële en administratieve medewerkster. Marianne Thijssen -van Asseldonk zal deze functie parttime gaan vervullen. Zij zal het secretariaat voor het pastoraal team gaan verzorgen, alsmede zal zij het team administratieve ondersteuning bieden. Daarnaast zal zij voor een dagdeel in de week ook werkzaam zijn voor het secretariaat van het dekenaat. Aan zowel Manon als Marianne een hartelijk woord van welkom!!

Sint-Oda
Onlangs hebben wij tijdens de zondagsvieringen stilgestaan bij de persoon van onze parochiepatrones. Wij hebben Oda belicht als voorbeeld van de pelgrimerende Kerk, als symbool van Gods volk onderweg.  Die pelgrimstocht van Oda eindigde in het begin van de achtste eeuw hier in deze plaats die haar naam draagt: Sint-Oedenrode. Oda heeft zich hier gevestigd. Haar woning in Rooi mag symbool staan voor Gods woning onder de mensen. Het huis van Oda werd een huiskerk. Mensen kwamen naar haar toe om raad, steun of advies. Zij kwamen naar haar toe met een gebedsintentie, met een bede om zegen. Oda werd zo de meditatieve vrouw die onze verre voorouders in Gods’ naam bijstond in alle nood en verdriet, in voorspoed en bij tegenslag.

Zo stichtte de heilige Oda in en rond haar woning gemeenschap, bracht zij mensen samen en stichtte zij een gemeenschap van gelovige mensen. Zo maakt Oda door haar leven al een vorm van Kerk-zijn zichtbaar. Zij heeft daarbij ook de waarden van het geloof aangeven: ora et labora…..bidden en werken.

De Odakapel op het Martinuskerkhof markeert tot op de dag van vandaag de plek waar Oda leefde en begraven werd. Belangrijker dan die kapel is het voorbeeld dat zij ons heeft nagelaten. Het levensverhaal van deze heilige vrouw mag ook ons inspireren om van onze nieuwe parochie “Gods woning onder de mensen te maken”. Het leven van Oda mag ons inspireren om als christelijke geloofsgemeenschap een plaats te zijn waar bidden en werken samenkomen. Waar mensen op adem mogen komen, waar ze rust, stilte, bemoedig en zegen mogen ontvangen. Een plaats waar het verhaal van God wordt gelezen. Waar het evangelie wordt beleefd en gevierd. Zo mag onze nieuwe Oda parochie “Gods woning onder de mensen zijn”.

Mede namens de leden van het pastorale team spreek ik de hoop en de wens uit dat velen verbonden weten met onze nieuwe parochie en er zich graag en van harte voor willen inzetten.

Pastoor Vincent Blom


Dekenale startdag

Dekenale nieuwsbrief 3
Inleiding Jac van Oppen
Lezing Herwi Rikhof
De financiën van de nieuwe Odaparochie
Downloads

 Dekenale nieuwsbrief 3

Zalig Pasen
Vlak voor het begin van de Goede Week  ontvangt u de derde nieuwsbrief van ons dekenaat met daarin een terugblik op de dekenale dag en actuele informatie. Nieuws voor elk wat wils. Graag wens ik u allen een inspirerende Goede Week toe en een mooie viering van het Paasfeest. Dat u deze dagen mag ervaren als dagen van nieuw leven en hoop. Voor u allen een hartelijke groet,

Vincent Blom, deken

Het nieuwe dekenaat is van start gegaan
Een teken van hoop was de startdag van het nieuwe dekenaat Sint-Oedenrode / Veghel op zaterdag 6 februari jongstleden. Zo’n 130 vertegenwoordiger/sters van de parochies van ons dekenaat waren samengekomen voor een dag van ontmoeting, samen vieren en samen nadenken over de toekomst van de Kerk in ons bisdom in het licht van het nieuwe beleidsplan “Groeien in geloof, geloven in groei”. Het ochtendprogramma vond plaats in de Goede Herderkerk met Prof. Dr.  Herwi Rikhof als gastspreker. Deze priester en theoloog ging in op de drie fundamenten waarop de parochie gefundeerd staat: de Doop, de Heilige Schrift en de Eucharistie. Hij plaatste dit alles in de context van het Tweede Vaticaans Concilie. Het parochiemodel van dit concilie mag de basis zijn voor de nieuwe parochies die in de komende jaren in ons bisdom worden opgericht. In het middagprogramma van de 6e februari, dat gehouden werd in De Beurs, spraken Jac van Oppen van het bisdom en Math Jacobs, penningmeester van de Martinusparochie (centrum) over het proces van samengaan van de vijf Rooise parochies. De startdag van het dekenaat werd in informele sfeer afgesloten.

De inleidingen van Herwi Rikhof, Jac van Oppen en Math Jacobs zijn na te lezen of te downloaden.

Benoemingen
In de voorbije weken hebben er een aantal personele verschuivingen plaatsgevonden in ons dekenaat. Pastoor Norbert Swagemakers heeft afscheid genomen van de Sint-Servatiusparochie van Schijndel en een nieuwe benoeming gekregen in Berg en Dal. Pater Joe Michael komt het team van Schijndel versterken terwijl pastoor Frank As (St. Michielsgestel) is benoemd tot administrator van de Servatiusparochie. Diaken Jos van den Bosch is per 1 mei benoemd tot diaken van de parochies Gemert en Bakel.

Op 21 februari jl. heeft hij na  ruim 18 jaar afscheid genomen van de Martinusparochie van Sint-Oedenrode. Manon van den Broek neemt eind april afscheid van de parochies

Heeswijk – Dinther – Loosbroek. Vanaf  1 mei gaat zij werken in het team van de nieuwe Odaparochie van Sint-Oedenrode. Pastor Paul Rens is per 1 april door de bisschop benoemd tot assistent voor de nieuwe parochie van Rooi. Alle betrokkenen danken wij voor hun inzet binnen ons dekenaat en wensen hen een goede start in de nieuwe parochie en bovenal een vruchtbaar en zegenrijk pastoraat!

Stuurgroep
De denktank die vorig jaar was ingesteld om de werkwijze van het nieuwe dekenaat vorm te geven is omgevormd tot ‘stuurgroep’.  Vanuit alle vijf de regio’s van ons dekenaat is een vertegenwoordiger/ster gevraagd. De stuurgroep bestaat uit: Lonneke van Vessem (pastoraal werkster te Berlicum-Middelrode), Manon van den Broek (vanaf 1 mei pastoraal werkster te Sint-Oedenrode), Antoon van der Steen (pastoraal werker te Veghel), Hans van de Laar (diaken te Best), Piet Goedhart (pastoor te Gemonde) Vincent Blom (pastoor en deken te Sint-Oedenrode).

Op 18 mei komt de groep voor het eerst in nieuwe samenstelling bijeen. Daarna hoort u meer van hen.

Nieuwe parochie
Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de voorbereidingen van het samengaan van de Rooise parochies tot één nieuwe geloofsgemeenschap. Op zondag 9 mei zal bisschop Hurkmans de fusie van de vijf parochies van Sint-Oedenrode bezegelen tijdens een feestelijke eucharistieviering in de Sint-Martinuskerk. (aanvang 10.30 uur)  De parochies van het centrum, Eerschot, Nijnsel, Olland en Boskant vloeien dan samen in de parochie van de heilige Oda. Tijdens de viering zal de bisschop het nieuwe pastorale team en het nieuwe parochiebestuur bevestigen in hun opdracht.  De Odaparochie is de eerste nieuwe parochie binnen het dekenaat Sint-Oedenrode / Veghel.

Emailadressen
Een vriendelijk –doch zeer dringend- verzoek aan u allen om uw persoonlijk emailadres en het centrale emailadres van uw parochie door te mailen aan:. De mail willen we in de nabije toekomst meer gaan gebruiken binnen het dekenaat.

Tot slot
HEEFT UW PAROCHIE
JONGEREN TUSSEN
15 JAAR EN 25 JAAR?

Dan kunnen ze mee naar Taizé.
Voor meer informatie verwijs ze naar de website
parochiesveghel.nl

Daar vinden ze alle informatie.
Wel snel reageren, want na Pasen volgt de definitieve opgave in Taizé.

Antoon van der Steen pw
0413-363115


Inleiding dekenale dag Sint-Oedenrode - Veghel, te Sint-Oedenrode, 6 februari 2010

Op weg naar een nieuwe parochie

1.   De Nieuwe Parochie:
De Nieuwe Parochie is een idee, concept, plan, project met een aantal duidelijke kenmerken, namelijk:
- werken vanuit één centrum: parochiekerk, pastorie, parochieel centrum
- één bestuur
- één team
- kwaliteit van liturgie, catechese en diaconie
- missionair en evangeliserend
- vier speerpunten als hefbomen om tot pastorale samenwerking te komen

Belangrijk daarbij is dat het een concept is dat in iedere situatie opnieuw zijn toepassing moet vinden. Enerzijds is het geen vrijblijvend concept, anderzijds is het geen rigoureuze blauw­druk die op dezelfde manier over iedere situatie heen wordt gelegd.
Bijvoorbeeld: werkend vanuit één centrum (parochiekerk, pastorie, parochieel centrum) in Sint-Oedenrode. De moederkerk, de centrale kerk van Sint-Oedenrode is de Martinus, maar de pastorie van de nieuwe parochie is nu bij De Goede Herder. Vraag is hoe je het ideaal van werken vanuit één centrum niet zo maar overboord zet, terwijl je wel rekening moet houden met de (on)mogelijkheden van de situatie ter plaatse.

2.   Aandachtspunten:
a. Het opbouwen van een centrum van parochieleven. Kenmerk van de Nieuwe Parochie is dat er een vitaal centrum is, niet alleen organisatorisch of als huisvesting van de pastoor en eventueel andere teamleden, maar als warme haard die de centrale plek is van het nieuwe huis, ook het levende spirituele centrum van de parochie.
b. Het formeren van een krachtig en gezond team. Een goed team is de naaf van het wiel. Zonder dat kun je organiseren wat je wilt, maar zal de Nieuwe Parochie geen succes zijn, omdat het centrum niet functioneert als een warme haard waar je moed en inspiratie haalt.
En als het centrum niet functioneert, functioneert de Nieuwe Parochie niet.
c Werken aan communio. Paus Johannes Paulus II formuleerde dit in zijn apostolische brief ‘Novo Millennio Ineunte’als volgt: “Een spiritualiteit van de communio betekent tot aandacht in staat te zijn; in de diepe eenheid van het Mystiek Lichaam, voor onze broeder of zuster in het geloof door ze te beschouwen als "een van de onzen", hun vreugde en hun lijden te delen, hun verlangens aan te voelen en noden te beantwoorden, door ze een waarachtige, diepe vriendschap aan te bieden. In een spiritualiteit van de communio zijn we in staat om vooral het positieve in de andere te zien, de ander te aanvaarden en te waarderen als een gave van God. Het is niet alleen een geschenk voor diegene die het ontvangen heeft, het is tevens een geschenk dat mij gegeven is. Uiteindelijk betekent een spiritualiteit van de communio dat we aan de ander "een eigen plaats" geven, door "elkaars lasten" (Gal. 6, 2) te dragen en door de beko­ringen van het egoïsme te overwinnen die ons voortdurend een valstrik spannen en na-ijver, carrièrezucht en wantrouwen veroorzaken. Laten wij ons geen illusies maken: zonder deze geestelijke groei, kunnen de uitwendige middelen om de communio te realiseren, slechts weinig betekenen. Het zouden eerder gevels zonder ziel of maskers zijn, dan een uitdrukking van de communio of een weg om erin te groeien.”
Dat geldt ook voor het proces op weg naar een nieuwe parochie: als we het positieve in elkaar niet kunnen zien wordt het een mijnenveld vol potentiële conflicten.
d. Ruimte voor nabij pastoraat, ontwikkelen van geloofskernen in het parochiegebied en zoveel mogelijk bevestigen wat er aan geloofsleven in de ‘oude’ parochies is: allemaal aandachtspunten die aanduiden dat het niet gaat om al het leven weg te trekken naar het centrum van de nieuwe parochie, een soort drainage. Het gaat er integendeel om vanuit het centrum alles wat er her en der aan geloof vorm krijgt te ondersteunen en stimuleren. Daarvoor is wel een goed en krachtig centrum nodig. Zaken dienen op een niveau opgepakt te worden waarop ze vitaal kunnen zijn. Groepsgewijze huwelijksvoorbereiding op het niveau van de oude parochies zal bijvoorbeeld veelal weinig brengen, terwijl het in groter verband wel mensen tot elkaar kan brengen. Er is dus een spanning tussen wat eventueel decentraal kan gebeuren en wat beter centraal kan. Centraal criterium daarbij is hoe alles zo kan gebeuren dat het én goed gebeurt én mensen kan inspireren en tot elkaar kan brengen.
In alles geldt in de nieuwe parochie het adagium “Centrale sturing, lokale uitvoering” ofwel: rond één tafel bijeenkomen om zaken goed met elkaar door te spreken en dan waar nodig het lokaal op een passende manier ten uitvoer brengen.
e. Schouder aan schouder:
De bisschop schrijft in het bisdomblad van oktober 2009: “De mensen die nu betrokken zijn bij de Kerk, zullen we betrokken moeten houden in de nieuwe situatie. Dit geldt voor hen die werken met een aanstelling, voor hen die vrijwilligerswerk doen, voor de zondagse kerkganger en voor de gelovigen die van tijd tot tijd een beroep doen op de Kerk. We hebben iedereen nodig en we moeten samen de klus gaan klaren; schouder aan schouder.”

3.   Het traject:
Het traject op weg naar de Nieuwe Parochie kent een dubbel spoor: er is een bestuurlijk traject en er is een pastoraal traject. Dat zijn twee onderscheiden trajecten met ieder een eigen karak­ter.
In het bestuurlijk traject gaat het er om de voorwaarden te scheppen voor de nieuwe parochie. Het gaat om zaken van beheer en die vragen een gedegen aanpak om te komen tot een goed fundament van de nieuwe parochie.
In het pastorale traject gaat het om de inhoudelijkheid van de nieuwe parochie, om de Nieuwe Parochie richting en inhoud te geven en zo te zorgen voor inspiratie en enthousiasme.
Het zijn dus twee trajecten die ook in karakter van elkaar verschillen.
Dit dubbel spoor zal zich ook in de Nieuwe Parochie zelf voortzetten: daar zal een bestuur zijn dat voornamelijk beheersmatig en een pastoraal team (of pastoraatgroep) dat pastoraalinhoudelijk bezig is.
Dat wil ook zeggen dat de tijd dat kerkbesturen ook werk maakten van adviezen op pastoraal terrein achter ons komt te liggen. In beginsel hoort dat tot het terrein van pastoraal team en pastoraatgroep, maar ook praktisch zal een bestuur van een grote nieuwe parochie echt andere zaken aan zijn hoofd hebben.

4.   Sint-Oedenrode:
In Sint-Oedenrode zijn we in een goede sfeer met vijf parochies onderweg naar een Nieuwe Parochie. Zondag 9 mei krijgt dat zijn beslag in de oprichting van de nieuwe Odaparochie. Dat wil niet zeggen dat de nieuwe parochie dan klaar is: dan wordt het huis van de nieuwe paro­chie casco opgeleverd, zou je kunnen zeggen, maar dan moet er nog veel gebeuren aan inrichting en meubilering. Daar hebben we tot 2012 de tijd voor. Ook op andere plekken in het bisdom gaat dit zo, soms vlugger, soms langzamer. Het wil zeggen dat de Nieuwe Parochie geen zaak is van iets dat in een jaar tijd te organiseren is: in een half jaar tot een jaar kan het staket­sel staan, maar voor de Nieuwe Parochie er écht staat zoals ze bedoeld is, duurt echt wel langer en vergt ook nog langere adem.
Daarbij geldt dat we bij al ons werken het perspectief steeds voor ogen moeten houden: het gaat erom dat mensen kunnen blijven geloven, het gaat om het evangelie, het gaat om Christus.
Dat perspectief zal alle trajecten, zal al onze inspanningen moeten blijven kleuren.

Jac van Oppen


 Lezing dekenale dag Sint-Oedenrode - Veghel, te Sint-Oedenrode, 6 februari 2010

de parochie

1.                  Inleiding

In de aankondiging van deze dag staat dat ik een inleiding zal houden over de betekenis van de (nieuwe) parochie in het licht van de H. Schrift en van het Tweede Vaticaans Concilie. Er staat ook iets over mij in, dat ik priester ben en als hoogleraar verbonden ben aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. Maar in die faculteit zijn verschillende vakken vertegenwoordigd. Door mij uit te nodigen hebt u geen kerkjurist uitgenodigd die u haarfijn zou kunnen vertellen hoe het zit met reglementen en statuten. U hebt ook geen Bijbelwetenschapper uitgenodigd die u precies zou kunnen vertellen wat nu de aanleiding voor Paulus was om die brief aan de Korintiërs te schrijven waaruit we net een gedeelte gehoord hebben. U hebt ook geen pastoraal theoloog uitgenodigd die de verschillende concrete aspecten van een parochie zou kunnen verklaren: catechese, diaconie, liturgie, individueel pastoraat of hoe de pijlers en daarmee de verschillende werkgroepen binnen de parochie ook genoemd worden. Door mij uit te nodigen hebt u een systematisch theoloog uitgenodigd en mijn vak is het nadenken over inhoud en basis.

Kerkjuristen kunnen wel allerlei regels maken en elke gemeenschap heeft regels nodig, maar welke regels opgesteld moeten worden hangt af van de gemeenschap: in een voetbalclub gelden andere regels dan in een ziekenhuis, in het ene land gelden in de politiek andere regels dan in een ander land. Wat voor gemeenschap is de kerk, wat is het eigene van de kerk, waar moeten die regels vanuit gaan en rekening mee houden? Dat zijn vragen waar een systematisch theoloog mee bezig is. We hebben binnen een parochie veel werkgroepen en activiteiten. Is dat werkverschaffing, is dat een kwestie van pragmatiek – het is handiger of sneller als meer mensen bij het reilen en zeilen van een parochie betrokken zijn  - , of is de basis daarvoor een andere, een diepere? Moet je zeggen dat een parochie zonder die veelheid van werkgroepen eigenlijk geen parochie is?We hebben nu wel die tekst van Paulus gehoord, maar waarom is die tekst nu belangrijk? Is die tekst die voor Korinthe geschreven is, ook voor St. Oedenrode bedoeld en waarom dan? Wie in de Schrift leest en de Schrift een beetje kent, weet dat de Schrift geen boek is met blauwdrukken voor welke parochie dan ook en geen kant en klare recepten of oplossingen bevat voor welk probleem in ons persoonlijke of sociale leven dan ook. De Schrift bevat wel aanzetten en richtingaanwijzers, maar die moet je telkens concretiseren en vertalen. We kunnen wel met de psalmist bidden de Heer is mijn herder, maar wat betekent dat concreet? We kunnen wel horen dat wij als geloofsgemeenschap het lichaam van Christus zijn, maar wat betekent dat hier en nu?

Ik wil met u nadenken over dit soort vragen. Dat wil ik doen, zoals in die aankondiging staat met behulp van inzichten die op het Tweede Vaticaans Concilie zijn verwoord. Waarom dat Concilie? Omdat op dat concilie belangrijke zaken over de kerk zijn gezegd en veel van wat wij nu in een parochie doen te maken hebben met beslissingen die toen genomen zijn. Maar ook omdat een concilie, een bijeenkomst van bisschoppen, in onze kerk een vorm is geworden om problemen te bespreken en op te lossen. Al in de vroege kerk, wanneer het eerste grote probleem zich voordoet, komen de apostelen en anderen bijeen om gezamenlijk tot een oplossing te komen. En je kunt dan zien dat verschillende elementen ingebracht worden om tot een besluit te komen. Paulus en Barnabas brengen de nieuwe ontwikkelingen en ervaringen binnen - dat heidenen Christenen willen worden- , Jacobus wijst op de traditie en Petrus formuleert een fundamenteel uitgangspunt. En uit dat samenspel komt dan het besluit en de Apostelen durven dan te zeggen dat dat besluit niet alleen van hen is, maar ook van de heilige Geest. Wanneer we dus nadenken over de parochie, over de parochie hier, met behulp van de inzichten van het Tweede Vaticaans Concilie, dan nemen we dat werk van de Heilige Geest serieus, dan werken we mee aan dat werk van de H. Geest in onze kerk

Ik wil drie onderwerpen aan de orde stellen en daarbij dit mooie kerkgebouw gebruiken. Ik zou dit bij elk kerkgebouw kunnen doen, maar dit gebouw leent zich er heel goed voor, omdat die elementen zo goed zichtbaar zijn. Ik wil beginnen bij de doopvont en iets zeggen over het belang van ons doopsel, daarna wil naar het midden van de kerk gaan en naar aanleiding van de ambo, de preekstoel, iets zeggen over de plaats van de Schrift in onze geloofsgemeenschap en ik wil afsluiten met het altaar, met de eucharistie.

In de aankondiging staat ook dat bij deze inleiding de deelnemers actief betrokken worden. Dat willen we doen door u na elk onderdeel in de gelegenheid te stellen met elkaar zo’n 10 minuten van gedachten te wisselen. Wat vindt u van wat ik gezegd heb? Bent u het er mee eens, of niet? Roept het vragen op? Hebt u wat ontdekt? Deze gedachtewisseling is niet een foefje, maar, zoals hoop ik duidelijk zal worden in wat ik over de doop ga zeggen, een wezenlijk element in een christelijke gemeenschap, in een parochie.

2.                  doopvont en doop

Ik vind het altijd mooi om te dopen, niet alleen omdat het meestal duidelijk een feest is, mensen blij zijn met hun dochtertje of zoontje, maar ook omdat de doop van alle sacramenten de meeste symbolen en gebaren heeft: water en zalf, zout en licht, het witte kleed en de handen oplegging, het noemen van de naam, het doen van beloftes door ouders en peter en meter, het belijden van het geloof en het bidden van het Onze Vader.

Blijkbaar vindt de kerk dat als je binnenkomt in de geloofsgemeenschap, als je lid wordt van de kerk, je veel mee moet krijgen. Als ik bij de voorbereiding van 1ste communie en vormsel met de kinderen en jongelui over de doop kom te spreken, gebruik ik vaak het schema dat je bij de doop dingen krijgt, cadeaus krijgt, maar ook opdrachten, je krijgt rechten en plichten binnen de gemeenschap. Welke rechten en plichten. Dat kan ik het beste duidelijk maken aan water en zalf. Maar eerst maak ik een paar opmerkingen over symbolen.

Wanneer we in de kerk spreken, gebruiken we een taal die gewoon is, gebruiken we gewone woorden, volgen we de regels van het alledaagse Nederlands. Natuurlijk gebruiken we ook soms moeilijke woorden of gedachten en is het niet altijd te volgen wat er gezegd wordt, maar dat kan ook in andere omstandigheden gebeuren, als je bijvoorbeeld de debatten in de Tweede Kamer volgt. We gebruiken in de kerk soms aparte woorden, doopsel, vormsel, eucharistie, sacrament, dat zijn termen die typisch voor ons zijn, maar ook dat komt vaker voor: rechters of artsen gebruiken ook speciale termen. Maar meestal gebruiken we gewone termen, die we soms een eigen accent geven.

En wat we doen met taal doen we ook met zaken als water en zalf/olie. We gebruiken water en zalf vanwege hun natuurlijke eigenschappen en leggen dan daarbij eigen accenten, zodat die gewone zaken symbolen worden, doorverwijzen naar iets anders. Zonder water is er geen leven, niet voor planten, niet voor dieren, niet voor mensen. Dopen met water is een teken van leven geven. Dopen met water is een teken van opnieuw beginnen. Maar water gebruiken we om schoon te maken en weg te spoelen: zonder water geen schoonheid. Waarom is dat aspect van water ook van belang?

We weten allemaal dat niemand van ons ter wereld is gekomen in een leegte: je komt ter wereld in een gezin, in een familie, in een dorp of een stad, een land, een maatschappij, in een cultuur. We weten ook allemaal dat die omstandigheden waarin je ter wereld komt van belang zijn, je op alle mogelijke manieren bepalen en vormen. Gaandeweg in je leven neem je afstand of juist niet, maak je andere keuzes dan je ouders gemaakt hebben, of volg je hun voetstappen. Maar welke keuzes je ook maakt, je maakt ze altijd in die concrete omstandigheden. En wat nog belangrijker is, die omstandigheden zijn altijd een mengeling van goed en kwaad, ontstaan door goede of verkeerde keuzes van mensen voor ons. Dat goede en dat kwade bepaalt en beperkt onze keuzes. We leven bijvoorbeeld in een maatschappij met een goed sociaal systeem, met een uitgebreide gezondheidszorg, waaruit echte zorg voor mensen spreekt, maar we ervaren telkens ook dat dat systeem vol zit met regels die belangrijker lijken dan mensen. Natuurlijk zijn het mensen die die regels bedacht hebben, maar die regels zijn zelfstandig geworden, hebben zich ontwikkeld tot vormen van bureaucratie waar je gek van wordt, hebben een eigen wetmatigheid gekregen heeft waar je geen greep op kunt krijgen. Soms kun je je alleen verzetten tegen dat soort kwaad, maar meestal heb je daar anderen voor nodig. De kerkgemeenschap zijn die anderen. En het afwassende water geeft aan dat je opgenomen wordt in een gemeenschap die dat kwaad in onze omstandigheden wil terugdringen en uitbannen.

Maar we dopen niet alleen met water, we dopen, zoals Jezus dat zegt, met water en Geest. Dopen met water alleen is het doopsel van bekering, het doopsel van ommekeer, het doopsel van schoonmaken en opnieuw beginnen. Dopen met de Geest, is dopen met een richting, met een invulling. Dopen met water en Geest is dopen zoals Jezus gedoopt is, die na zijn doop de Geest ontvangt die op hem blijft rusten, die in zijn doop met de Geest gezalfd wordt, die in zijn doop wordt geopenbaard als de Gezalfde Gods, de Messias.

Waarom gebruiken we olie of zalf? Om zaken soepel te laten lopen, voor genezing of bescherming, om mooi te worden en lekker te ruiken. Zalf, olie heeft de eigenschap om in de huid te dringen en misschien is dat wel de reden geweest waarom in het Oude Testament leiders als koningen, profeten, priesters worden gezalfd, niet alleen om duidelijk te maken dat ze nu een hoge functie vervullen, maar ook dat die functie niet een pet is die je maar even af kunt zetten, iets dat als het ware je gaat doordringen. De leider bij uitstek in het Oude Testament is de gezalfde van God, de Messias, die die drie functies van koning, priester en profeet in zich verenigt. De Griekse vertaling van die Hebreeuwse term Messias is: ‘Christos’, Christus. De reden waarom wij christenen heten, ons christenen noemen heeft dus van alles te maken met die doop met water en Geest.

We krijgen in ons doopsel rechten en plichten, verantwoordelijkheid en waardigheid en wel de verantwoordelijkheid en de waardigheid van koningen, priesters en profeten, omdat we door ons doopsel deel gaan uitmaken van zoals dat in de eerste brief van Petrus heet ‘'een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk' (1 Pt 2,9).

Wanneer in het wetboek van de kerk, de codex, een definitie van de gelovige wordt gegeven, dan klinkt die tekst daarin door en dat verband tussen ons doopsel en het doopsel van Jezus, het verband tussen christen en Christus:

Christengelovigen zijn zij die door het doopsel in Christus ingelijfd, tot volk van God gemaakt en aldus aan de priesterlijke, profetische en koninklijke taak van Christus op hun wijze deelachtig, ieder volgens zijn eigen plaats, geroepen worden de zending uit te voeren die God aan de kerk ter vervulling in de wereld heeft toevertrouwd

Deze definitie uit de Codex is met enige kleine veranderingen overgenomen uit het vierde hoofdstuk van Lumen Gentium. In n. 31, waarmee dat hoofdstuk over de leken begint wordt namelijk een definitie van leken gegeven. Eerst wordt eerst een negatieve definitie gegeven: leken zijn christengeloven die niet gewijd zijn of niet behoren tot de religieuze staat. Leken zijn mensen die iets missen. Vervolgens wordt positief gezegd dat leken ‘christengelovigen’ zijn die door het doopsel enz. In de term ‘leek’ klinkt nu laos door, volk van God, behorend tot het volk van God. Deze combinatie van negatief en positief toont een spanning aan die typerend is voor Lumen gentium, dat vaker oude elementen combineert met nieuwe en niet altijd dat helemaal glad heeft kunnen strijken. De positieve bepaling op basis van het doopsel geldt namelijk niet alleen voor leken, maar ook voor gewijden en leden van de religieuze staat. In de codex is deze spanning glad gestreken, doordat de positieve bepaling nu voor alle gedoopten, voor alle christifideles geldt. Aan de basis van alles in onze geloofsgemeenschap ligt een verantwoordelijkheid en waardigheid van allen.

3.                  ambo en H. Schrift

Toen ik jaren geleden de vaste invaller was in Bergharen, een dorpje in het land van Maas en Waal, gebeurde iets wat ik heel onthullend vond. De stroom viel uit of zo, in elk geval de microfoon deed het niet en ik heb toen de mensen in de kerk die mogelijkheden voor gehouden: ze konden allemaal naar voren komen, maar iedereen zat op de plaats waar ze altijd zaten en dat was een echte vaste plaats, ze bleven zitten; ik kon op de hoge preekstoel gaat staan, die we nooit gebruikten, maar een oude mevrouw in de eerste bank knikte heel duidelijk nee, of ik kon harder praten, en dat laatste kreeg algemene instemming. Later heb ik die mevrouw naderhand gevraagd waarom ze zo duidelijk ‘nee’ knikte. Was dat omdat u dacht dan begint het gedonder weer vroeg ik en ze zei: ‘ja’. Voor haar, en ik vermoed niet alleen voor haar, was die hoge preekstoel het symbool voor een benadering vanuit de hoogte, maar meer nog van een presentatie van geloof en van een geloofsuitleg vol geboden en angst.

Een van de meest zichtbare, meest duidelijke en ook een van de meest bediscussieerde beslissingen van het concilie had te maken met de liturgie. Hoewel de liturgie in eerste instantie niet op de agenda stond, blijkt uit de lijsten met onderwerpen die door de bisschoppen werden ingestuurd ter voorbereiding van het concilie dat een vierde van alle vragen met liturgie te maken had. Het eerste grote document van het concilie is de constitutie over de liturgie, Sacrosanctum concilium (SC). Zoals we vandaag de eucharistie vieren was voor het concilie ondenkbaar. Een liturgie met drie lezingen, een uit het Oude Testament, een uit de brieven van Paulus, Petrus, Jacobus en Johannes of uit de Handelingen der Apostelen in de paastijd, het evangelie in een cyclus van drie jaar gekozen uit Matheus, Marcus en Lucas, met Johannes in de paastijd, een psalm tussen de lezingen, voorbeden na de geloofsbelijdenis, de priester met het gezicht naar de geloofsgemeenschap, een keuze uit verschillende grote dankgebeden, een actieve deelname van de gelovigen aan de viering en natuurlijk Nederlands in plaats van Latijn.

De kerk waarin we ons bevinden ademt de sfeer van dat eerste grote Conciliedocument. De documenten die op de website van de Goede Herder over dit gebouw staan getuigen daarvan. Ik zal als ik over het altaar ga spreken nader in gaan op die actieve deelname aan de liturgie, maar nu wil ik iets zeggen over de aandacht voor de Schrift aan de hand van de ambo, die niet voor niets zo’n prominente zichtbare plaats in de kerk heeft.

Het is zeker een van de verdiensten van het Concilie geweest de H. Schrift weer een centrale plaats te geven in het geloofsleven. Luther, Calvijn, maar ook Erasmus en anderen die een hervorming van de kerk nodig vonden aan het eind van de middeleeuwen, vroegen aandacht voor de Schrift, wilden de rijkdom van de Schrift toegankelijk maken voor iedereen. Kritische edities van de Bijbel, vertalingen van de Bijbel in de volkstaal, vormen van liturgie waarin de Bijbel centraal kwam te staan, kerkgebouwen waarin de kansel een centrale plaats kreeg passen allemaal in dat streven naar hervorming. Maar als zo vaak in dit soort discussies en processen wanneer ze hoog oplopen hebben de deelnemers geen oog voor het goede van de ander en voor de eigen eenzijdigheden en worden de fronten alleen maar meer tegenover elkaar versterkt. Omdat binnen de Reformatie zo’n nadruk werd gelegd op de Schrift en op het zelf lezen van de Schrift, werd binnen de Contra-reformatie, binnen de katholieke kerk dat juist niet gedaan. De meeste katholieken kenden de Schrift alleen maar voor zover voorgelezen in de kerk. En die keuze was beperkt doordat elk jaar op een zondag dezelfde twee teksten werden gelezen. En die kennismaking met de Schrift werd nog verder beperkt doordat veel mensen geen missaal hadden waar die teksten instonden, maar eigen gebedenboekjes met heel andere teksten.

Het Tweede Vaticaans concilie wordt wel het eerste concilie genoemd dat een goede, dat wil zeggen een niet verdedigend of verkrampt antwoord gegeven heeft op de uitdaging van de Reformatie, die erkend heeft dat die aandacht voor de Schrift van wezenlijk belang is voor de kerk. Ik wil nu aan de hand van een paar elementen uit de liturgie verduidelijken. Ik doe dat heel bewust, aan de hand van elementen uit de liturgie iets zeggen over de Schrift.

U hebt misschien gemerkt dat ik bijna niet over de Bijbel heb gesproken, maar telkens de term heilige Schrift heb gebruikt. Dat heb ik met opzet gedaan omdat in dat verschil van terminologie een verschil van benadering zit. De Bijbel, is het boek dat bestaat uit veel verschillende boeken, verschillend in genre – verhalen, brieven, gebeden, raadgevingen, profetieën, liefdesgedichten, klaagzangen, verschillend in tijd van ontstaan en plek van ontstaan, - sommige eeuwen voor Christus in wat nu het Midden Oosten is, anderen na Christus in het gebied rond de Middellandse zee. De Bijbel is een bibliotheek. Die bibliotheek wordt een boek binnen een joodse en daarna binnen een christelijke geloofsgemeenschap, niet alleen omdat binnen die gemeenschap wordt besloten welke boeken en welke boeken niet in die bibliotheek, de Bijbel thuis horen, maar ook omdat binnen de geloofsgemeenschap die boeken samen worden gelezen en zo één boek worden. Dat samen lezen gebeurt vooral in de liturgie: daar wordt de Bijbel Heilige Schrift. En die H. Schrift maakt dan weer de gemeenschap, maakt weer de geloofsgemeenschap. We hebben daar net een voorbeeld van gehoord. Maar dat gebeurt niet alleen wanneer we een gedeelte lezen over gemeenschap, maar elke keer wanneer we de Schrift lezen als betrokken op ons, de geschiedenissen van toen als gebeurtenissen nu verstaan, het 'ik'  van de psalmen op ons laten slaan, ons herkennen in de figuren van de parabels – de werkers van het eerste uur of die van het laatste uur, in de barmhartige Samaritaan of in de priester en de leviet die doorlopen – de leerlingen van toen de leerlingen van alle tijden laten zijn. Maar vooral maakt de Schrift de geloofsgemeenschap wanneer we in de Schrift het woord van God horen, wanneer we achter en in die woorden het Woord van God horen. Daarom sluiten we niet zonder reden af met ‘Woord van God’, of ‘Zo spreekt de Heer’ of ‘zalig die het woord van God aanhoort en in zijn hart bewaart’. En daarom durven we zelfs te zeggen: ‘mogen door de woorden van het evangelie onze zonden worden uitgewist’. Daarom is het gebruikelijk het lezen uit de H. Schrift, vooral het lezen van het evangelie in de liturgie te omringen met signalen dat hier het Woord van God klinkt: kaarsen, wierook, gaan staan.

De Schrift maakt de geloofsgemeenschap en dat is ook de diepste reden dat dat woord van God moet klinken wil een bijeenkomst een bijeenkomst van de geloofsgemeenschap zijn. Hoe mooi andere teksten ook kunnen zijn –  in de lezingendienst van het urengebed staan juweeltjes van kerkvaders en waarom zouden die rijkdom van inzichten alleen beperkt blijven tot mannen uit de eerste eeuwen - hoe passend ook andere teksten kunnen zijn bij gelegenheid, zonder de H. Schrift klinkt het Woord van God niet, of niet luid en duidelijk.

De dienst van het Woord, of dat nu een op zich staande dienst is, of in samenhang met de dienst van de tafel, is daarom echte liturgie, echte eredienst, verdient daarom aandacht en zorg en daarom mogen en moeten hoge eisen gesteld worden niet alleen aan hen die het Woord van God lezen maar ook aan hen die het verkondigen en die zo elke keer weer de Bijbel het Woord van God laten zijn, evangelie laten zijn, de goede boodschap van de mensliefde en goedheid van God die onder ons verschenen is, zoals Paulus dat in de brief aan Titus formuleert. Die oude mevrouw in Bergharen wist heel goed wat ze mocht verwachten.

4.                  altaar en eucharistie

Ik heb net al gezegd dat de liturgie zoals we nu vieren niet denkbaar is zonder het concilie en gezegd dat het eerste grote document de liturgie tot onderwerp heeft. Het is een document dat niet alleen veranderingen aankondigt, maar ook de basis en de uitgangspunten van die veranderingen aangeeft. In dit laatste onderdeel wil ik me concentreren op de uitgangspunten en een paar centrale gedachten presenteren en uitwerken. Ik wil dat doen in drie concentrische cirkels. De eerste cirkel heeft te maken met de opmerking dat de liturgie en dan vooral de eucharistie de bron en het hoogte punt van het kerkelijk leven genoemd wordt (SC10). In het verlengde daarvan, en zo gezegd een niveau dieper, wil ik een centrale gedachte van de Constitutie uitwerken: de actieve deelname van de gelovigen. Tenslotte wil ik proberen tot de kern van de liturgie te komen: de aanwezigheid van de Heer en de ontmoeting met de Heer. En gegeven dit kerkgebouw waar het altaar niet geïsoleerd staat maar in lijn met doopvont en ambo zal het u niet verbazen dat in die drie cirkels elementen terugkomen van doop en H. Schrift.

1.                  de kerkvisie

In het begin van de grote tekst van het Concilie over de kerk, Lumen gentium,  wordt een soort definitie van de kerk gegeven. ‘In Christus is de Kerk als het ware het sacrament, dat wil zeggen het teken en het instrument van de innige vereniging met God en dan de eenheid van heel het menselijk geslacht’ (LG1). De kerk wordt dus ‘sacrament’ genoemd.

Dat klinkt misschien vreemd, want de kerk is toch niet een sacrament als het doopsel of het huwelijk. Maar die vreemdheid verdwijnt misschien wanneer ik u vertel de Latijnse term sacramentum een vertaling is van de Griekse term musterion en dat beide termen ‘heilsgeschiedenis’ als basisbetekenis hebben. Als musterion gebruikt wordt in de Schrift slaat het op een geheim, op het geheim van God. Geheim betekent dan niet zoiets als puzzel, een min of meer onoplosbare kwestie, maar het gaat dan om iets dat eerst verborgen was en nu geopenbaard is, om iets waar wij zelf niet op gekomen zouden zijn, maar dat we nu weten omdat het ons verteld is. Het geheim dat ooit verborgen was en nu bekend is, is het plan van God. Dat plan behelst, zoals Paulus het formuleert, dat  ‘de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het evangelie’ (Ef.3,6). M.a.w. dat God voor ons, voor alle mensen heil wil, dat alle mensen in de Zoon kinderen van God kunnen worden, dat in alle mensen de Geest kunnen bidden zoals Jezus gebeden heeft: Abba, Vader (vgl. Gal. Rom). ‘In Christus Jezus’ zegt Paulus. Die heilsgeschiedenis heeft zijn focus in Jezus Christus en in de deelname aan Jezus Christus, aan de heilsgeschiedenis van Jezus Christus, aan zijn leven sterven en verrijzen. In de loop van de geschiedenis wordt die deelname, worden de momenten waarop de individuele gelovige zich met zijn of haar leven inschaart in die heilsgeschiedenis van Jezus Christus ook sacrament genoemd (doop, eucharistie). In die lijn past het spreken over de kerk als sacrament. De kerk als gemeenschap neemt deel aan die heilsgeschiedenis, geeft als gemeenschap vorm aan die heilsgeschiedenis. En zo kun je dan ook zeggen dat de kerk de sacramenten maakt en de sacramenten de kerk. En vandaar dat in die constitutie over de liturgie de liturgie bron en hoogtepunt van de kerk genoemd wordt.

Voor alle duidelijkheid: bron en hoogtepunt zijn niet het enige. De kerk is niet identiek met liturgie of eucharistie, de parochie valt niet samen met de vieringen in het weekend of door de week. Een bron en een hoogtepunt kunnen er alleen zijn als er andere zaken, andere momenten zijn.

2.                  de actieve deelname

Een kerngedachte van de constitutie over de liturgie is de actieve deelname. Het tweede hoofdstuk begint als volgt:

“Onze moeder de Kerk verlangt er vurig naar, dat alle gelovigen worden gebracht tot dat volledig, bewust en actief deelnemen aan de liturgische vieringen waar de aard van de liturgie zelf om vraagt en waartoe het christenvolk, 'een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk'( 1 Pt 2,9; vgl. 1 Pt 2,4-5) krachtens het doopsel het recht en de plicht heeft.

Dit volledig en actief deelnemen van heel het volk moet bij de vernieuwing en bevordering van de heilige liturgie de volle aandacht krijgen. Dit is immers voor de gelovigen de voornaamste en zelfs onmisbare bron voor het verwerven van de echt christelijke geest ”(SC14)

Uit de laatste zin blijkt dat het volledig en actief deelnemen voor het concilie een centraal element is, een focus voor de bevordering en vernieuwing van de liturgie. En die bevordering en vernieuwing van de liturgie is een onderdeel van het algemene doel van het concilie: verdieping van het geestelijk leven (SC 1). Uit de eerste zin blijkt waarom dat zo is en ik wil bij die eerste zin nu stil blijven staan.

Allereerst die term: ‘volledige, bewuste en actieve deelname’. Die term is al eerder gebruikt in de constitutie en wel in de context van wat een echte liturgie is: de herders (pastores) moeten er niet alleen op letten dat het voltrekken van de liturgie volgens de regels gebeurt, maar ook dat de gelovigen bewust, actief en vruchtbaar aan de liturgie deelnemen (SC 11) en die term komt als een refrein terug in de constitutie en wordt zo’n 15 keer gebruikt. Een keer wordt in het kader van het denken over de eucharistie nadrukkelijk een contrast aangebracht:

 ‘Daarom zorgt de Kerk er met alle inspanning voor, dat de christenen bij dit geloofsmysterie niet als buitenstaanders of zwijgende toeschouwers aanwezig zijn, maar dat zij er door middel van de riten en gebeden een goed begrip van krijgen en zo bewust, met godsvrucht en actief aan de heilige handeling deelnemen…….’ (SC 48)

‘Niet als buitenstaanders of zwijgende toeschouwers’. Waarom dat geen goede passende houding of situatie is wordt duidelijk in wat positief gezegd wordt in dat eerste citaat. Die deelname wordt positief nader bepaald door drie bijvoeglijke naamwoorden: volledig, bewust en actief. Hoe die drie bepalingen verstaan moeten worden, wordt, hoop ik, duidelijk in wat volgt.

In die beginzin worden in verband met die volledige, bewuste en actieve deelname nog twee elementen genoemd, twee redenen waarom die deelname zo belangrijk is: ‘de aard van de liturgie zelf’ vraagt om die deelname en ‘het christenvolk, 'een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk' (1 Pt 2,9; vgl. 1 Pt 2,4-5 ) heeft krachtens het doopsel het recht en de plicht tot die deelname. Op dat eerste argument kom ik in mijn laatste cirkel terug, wanneer ik spreek over de aanwezigheid van de Heer, nu wil ik aandacht besteden aan dat tweede argument en het een beetje uitpakken.

Krachtens het doopsel heeft het christenvolk recht en plicht tot deelname. Het doopsel wordt wel de poort tot de sacramenten genoemd, maar je kunt die karakterisering smal en breed verstaan. Smal, als een soort toegangsbewijs: als gedoopte heb je toegang, ben je gerechtigd aanwezig te zijn, ben je lid van de club. Breed, als gedoopte is het vanzelfsprekend dat je deelneemt, het deelnemen is om zo te zeggen het realiseren van je doopsel, als gedoopte kun je haast niet anders dan deelnemen. Die laatste brede interpretatie is de bedoeling: dat blijkt ook uit wat ik al over het doopsel heb gezegd en wat in die definitie van de christengelovige gezegd wordt over de deelname aan het drievoudige ambt van Christus.

3.                  de aanwezigheid van Christus

Ik kom nu tot de laatste en ook binnenste cirkel van de liturgie: de aanwezigheid van Christus, de ontmoeting met de Heer. En ik begin met dat eerste argument uit de tekst die ik al genoemd heb, de aard van de liturgie. In de constitutie wordt dat bepaald in eerste instantie als het vieren van het paasmysterie. Hier komt nog een diepere laag van de doop naar voren: door de doop zijn we namelijk met Christus begraven om met hem te verrijzen, zoals we elke paasnacht horen. In de eucharistie gedenken en vieren we dat paasmysterie (‘wij verkondigen de dood des Heren totdat hij komt’). Maar het gedenken van het leven, sterven en verrijzen van Christus - en gedenken is niet een afstandelijk gebeuren, maar degene die herinnert is er bij betrokken - is niet beperkt tot het grote dankgebed, tot de dienst van de tafel: tot dat gedenken hoort ook te lezen wat in de Schriften over hem geschreven staat (SC6.)

In tweede instantie gaat de constitutie nog een stap verder door te zeggen dat Christus voortdurend in zijn kerk aanwezig is:

“Persoonlijk is Hij aanwezig in het misoffer, zowel in de persoon van de bedienaar … als heel bijzonder onder de eucharistische gedaanten. Persoonlijk is Hij aanwezig door zijn kracht in de sacramenten, zodat, wanneer iemand doopt, Christus zelf doopt. Persoonlijk is Hij aanwezig in zijn woord, want Hijzelf spreekt, wanneer de heilige schriften in de Kerk gelezen worden. Persoonlijk is Hij tenslotte aanwezig, wanneer de Kerk bidt en zingt, Hijzelf die beloofd heeft: 'Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden' (Mt 18,20) …….

Terecht wordt elke liturgie dan ook beschouwd als uitoefening van het priesterlijk ambt van Jezus Christus….” (SC 7)

De aanwezigheid van de Heer is dus een persoonlijke en wel een gedifferentieerde: in de eucharistie in de persoon van de bedienaar en in de tekenen van brood en wijn, in de sacramenten als de eigenlijke bedienaar van die sacramenten, als degene die spreekt wanneer de Schrift wordt voorgelezen (‘zo spreekt de Heer’), als degene die aanwezig is waar er twee of drie in zijn naam bijeen zijn. Die aanwezigheid is zo wezenlijk dat elke vorm van liturgie een verwerkelijking is van de priesterlijke taak van Jezus Christus. Hij is de priester bij uitstek.

Ik heb aan het begin van deze derde cirkel gezegd dat het nu gaat om de aanwezigheid van Christus, de ontmoeting met de Heer. Die term ‘ontmoeting’ heb ik niet zonder reden toegevoegd. De aanwezigheid van Christus in de liturgie, in de sacramenten maakt die liturgie, die sacramenten tot een ontmoeting, tot een ontmoeting met de Ander. Hoe belangrijk ook de gemeenschap, hoe belangrijk ook de vitaliteit van de geloofsgemeenschap is, in de liturgie gaat het uiteindelijk niet om die gemeenschap, gaat het uiteindelijke niet om de ontmoeting met medegelovigen, maar om de ontmoeting met de Ander in wiens naam wij als gemeenschap bijeenkomen. In de liturgie, in de sacramenten zit een wezenlijk element van ‘tegenover’. Er is liturgie, er zijn sacramenten vanwege deze aanwezigheid, deze ontmoeting, dit tegenover. Of anders geformuleerd: liturgie, sacramenten vinden hun oorsprong niet in ons, maar in God. We maken ze niet, wij krijgen ze.

Ik kan nu heel kort nog iets zeggen over het ambt, over zoals LG dat formuleert het dienstpriesterschap. Welke dienst heeft de priester in dit geheel. In het citaat wordt van de priester gezegd dat Christus in zijn persoon aanwezig is. Hoe moeten we dit verstaan?

De priester verwijst door en wel op twee manieren of beter misschien in twee richtingen, in persona Christi, in persona ecclesiae, om de traditionele termen te gebruiken. Wanneer ik nu zou zeggen, vertalen: de priester vertegenwoordigt Christus en hij vertegenwoordigt de kerk, dan zou ik een formulering gebruiken die gemakkelijk misverstanden oproept, alsof het om twee gelijkwaardige en symmetrische verwijzingen gaat, zo in de trant van een van boven en de ander van beneden, de een uitverkiezing, de ander delegatie, de een hiërarchisch, de ander democratisch. We zijn wel gewend zo te denken, omdat we in onze maatschappij, op ons werk zo denken. Maar in de traditie van de kerk worden deze verwijzingen anders gezien. Wanneer de term in persona Christi gebruikt wordt, wordt bedoeld wat in dat citaat uit de constitutie staat: wanneer iemand doopt, doopt Christus, een formulering die van Augustinus stamt. De bedienaar van een sacrament vervangt Christus niet, bekleedt niet de plaats van Christus, maar verleent Christus plaats, geeft Christus plaats. Plaatsverlening dus en niet plaatsvervanging

En dan nog iets. In die aanwezigheid van Christus, die ontmoeting met de Heer mag dan de priester wel een grote rol spelen, dat in persona Christi is niet afhankelijk van de morele of andersoortige hoedanigheden van de concrete priester en houdt ook niet een persoonlijke kwalificatie in, zo in de trant van beter of heiliger. Gelukkig maar. Zoals ik dat ooit een oudere priester in ons bisdom hoorde zeggen: een andere Christus, jawel, maar dan ook een héél andere Christus. Dat geldt trouwens voor alle christenen.

Herwi Rikhof


 De financiën van de nieuwe Odaparochie

Om een beter oordeel te krijgen over de financiën van de samen te voegen vijf parochies van Sint-Oedenrode heeft op verzoek van het IPV-bestuur Sint-Oedenrode (= de vice-voorzitters van de resp. parochies) in december j.l. een daartoe gevormde werkgroep van enkele financiële deskundigen een gedetailleerde analyse gemaakt van de resultatenrekeningen en van de balansen van de vijf Rooise parochies. Vervolgens heeft de werkgroep de cijfers aan het IPV-bestuur gepresenteerd en is een en ander bediscussieerd.

Enkele details

Opbrengsten: aan de opbrengstenkant van de verlies- en winstrekeningen is vooral gesproken over

-         de bijdragen van de parochianen,
-         de inkomsten van de begraafplaats
-         de bijdragen uit bezit, sparen en beleggen.

De bijdragen van de parochianen: een zeer belangrijke conclusie is dat de bijdragen van de parochianen veruit de grootste -  en dus belangrijkste - bron van inkomen vormen voor elke individuele huidige parochie. Ook is gesproken over de aanpak van de fondsenwerving, zoals de Actie Kerkbalans. Daaruit kwamen verschillen in opzet en aanpak naar voren en de conclusie dat we nog veel van elkaar kunnen leren.

Begraafplaatsinkomsten: hetzelfde als hiervoor geldt voor de opbrengsten van de begraafplaatsen. Er bestaan fikse onderlinge afwijkingen, veelal gebaseerd op verschillen in tarieven, tarieven die lang niet altijd aansluiten op de adviestarieven van het bisdom.

Inkomsten uit bezit, sparen en beleggen: ook hierin zijn duidelijke onderlinge afwijkingen te constateren. Deze kunnen een gevolg zijn van verschil in middelen, bijv. al of niet onroerend goed – huizen e.d., maar anderzijds ook van verschil in beleid, zoals een al of niet actief middelen-beheer.

Kosten:  Aan de kostenzijde zijn speciaal onder de loep genomen:

-         de personele lasten
-         de lasten van het onroerend goed (gebouwen en begraafplaats)

De personele lasten: het meest springt in het oog het verschil tussen parochies die beschikken over een vaste professionele kracht en parochies die in mindere of meerdere mate werken met inhuurkrachten, (lees: assistenties). Vaste krachten zijn - financieel gesproken - duurder. Een goede, eerlijke vergelijking is echter onmogelijk: vaste krachten zijn immers duurzamer, veel breder en daarmee beter inzetbaar voor het gehele pastorale takenpakket en dus in feite voor de parochie. Alle oud-parochies gaan vanaf nu profiteren van die dienstbaarheid van onze vaste krachten.

De onroerend goed lasten: daar spelen met name het jaarlijks terugkerend en periodiek onderhoud, energie (licht en verwarming) en verzekeringen een grote rol. Hetzelfde geldt voor het onderhoud van de begraafplaatsen. Niet voldoende is uit de verf gekomen de mate waarin het onderhoud voldoende is. Daartoe is een onderzoek gepland onder leiding van het Bouwbureau van het bisdom van ’s-Hertogenbosch, dezelfde instelling die o.a. ook zeer nauwgezet toezicht houdt bij de uitvoering van restauraties aan parochieel onroerend goed.    

Naast de inkomsten en uitgaven is door de werkgroep ook gekeken naar de respectievelijke vermogensposities en de samenstelling daarvan.

Activa:

-         de waardering van het onroerend goed
-         de omvang en de samenstelling van het financieel vermogen.

Passiva:

-         de omvang van de  voorzieningen
-         de grootte van het buffervermogen

De waardering van het onroerend goed: verschillen in waardering hebben weliswaar geen directe invloed op het reilen en zeilen van een parochie: het vertroebelt wel het beeld bij vergelijking met andere parochies.

Het financieel vermogen: de verschillen zitten met name in de aard daarvan: beschikt de parochie al of niet over aandelen, wel/geen obligaties, veel of weinig spaargelden. Zijn deze gemakkelijk of minder gemakkelijk vrij te maken om potentiële tegenvallers op te vangen !?

De voorzieningen: De ene parochie heeft het minder nodig geacht dan de andere om een buffer te vormen in de vorm van onderhoudsvoorzieningen. Ook het financiële beheer van de grafrechten wordt nogal eens verschillend benaderd.

Tenslotte het vrij beschikbare buffervermogen: om te kunnen constateren, hoe vrij dit vermogen daadwerkelijk is, is een duidelijk oordeel nodig over de voorgaande aspecten zoals waardering van bezit, voorzieningen en dergelijke.

Samenvattend / concluderend
Al bij al was het niet mogelijk om van alle financiële aspecten een volledig afgewogen oordeel te krijgen. Toch heeft de werkgroep zich een duidelijk en voldoende positief beeld kunnen vormen en dat ook weten te over te brengen aan de IPV-bestuurders: alle huidige parochies hebben op dit moment nog voldoende financieel draagvlak om door te gaan, d.w.z. er zijn geen imminente redenen voor rigoureuze maatregelen. Deze conclusie past overigens volledig binnen het kader van de verklaring, die te vinden is in de door ons bisdom - onder auspiciën van onze bisschop Hurkmans - uitgegeven brochure “Groeien in geloof, geloven in groei”. Een citaat daaruit: “Kerksluiting is niet het doel van het nieuwe beleid”. Met deze uitspraak wil het bisdom ons doordringen van het eigen belang van de huidige geloofsgemeenschappen, dat wil zeggen ook van hun eigen verantwoordelijkheid voor en de noodzaak tot aanhoudende eigen inzet van de huidige parochies.

Zeer veel, zo niet de gehele levensvatbaarheid van de huidige parochie-gemeenschappen zal afhangen van de eigen aanhoudende inzet – financieel en niet-financieel - van de parochianen voor de eigen kerk.

Het was dan ook goed en zeer vertrouwenwekkend, te mogen constateren dat, door de grotere duidelijkheid en openheid over het financiële cijfermateriaal naar elkaar toe en door de getrokken conclusies, er binnen de groep van bestuursvertegenwoordigers van de parochies in het IPV een sfeer te proeven was van meer zelfvertrouwen en vooral ook van meer vertrouwen in elkaar.

Ongetwijfeld zal dit ook een hechte basis zijn voor de motivatie van de bestuurders en van andere direct betrokkenen om hun volle support te geven aan de huidige reorganisatie van onze parochies  en om de eigen motivatie ook over te brengen op u, onze parochianen. Het gaat immers niet om de bestuurders, noch gaat het om het pastoraal team: het gaat om ons als parochianen !

Math Jacobs


 Downloads
Dekenale nieuwsbrief 3
Inleiding Jac van Oppen
Inleiding Herwi Rikhof
De nieuwe parochie financieel


Bisschop Hurkmans benoemt pastoraal werkende

Afgelopen woensdag heeft het bisdom ons op de hoogte gebracht van de benoeming van een nieuw lid van het pastorale team voor de parochies van Sint-Oedenrode. Bisschop Hurkmans heeft daartoe mevrouw Drs. Ir. Manon van den Broek benoemd tot pastoraal werkende.

Manon van den Broek, pastoraal werkendeManon van den Broek is thans werkzaam in de parochies van Heeswijk, Dinther en Loosbroek. Zij is getrouwd en moeder van drie kinderen. Na haar studie aan de landbouw-universiteit van Wageningen en een docentschap aan de HAS heeft zij in Utrecht theologie gestudeerd.

In haar huidige parochies zijn de katechese rond eerste communie en vormsel, alsmede jongerenpastoraat en diakonie belangrijke aandachtspunten geweest. De daar opgedane ervaring zal zij ook hier in Sint-Oedenrode zeker benutten. Daarnaast heeft ook het persoonlijk pastoraat haar aandacht.

Samen met diaken Frank van der Geld en de pastores Paul Rens en Vincent Blom zal zij het team vormen dat vanaf 1 mei 2010 aanstaande werkzaam zal zijn in de nieuwe Odaparochie van
Sint-Oedenrode. De benoeming van mevrouw Van den Broek gaat per die datum in.

Het pastorale team en  het bestuur van de Interparochiële Vereniging Sint-Oedenrode heeft met vreugde kennisgenomen van de benoeming en hopen op een vruchtbare en goede samenwerking.

Het bestuur van de Inter Parochiële Vereniging
Sint-Oedenrode.


Van de Interparochiële Vereniging (IPV)

Op weg naar een nieuwe parochie in Sint-Oedenrode

De Nieuwe Parochie is een idee, concept, plan, project met een aantal duidelijke kenmerken, namelijk:
- werken vanuit één centrum: parochiekerk, pastorie, parochieel centrum
- één bestuur
- één team
- kwaliteit waarborgen van liturgie, catechese en diaconie
- missionair en evangeliserend
- vier speerpunten als hefbomen om tot pastorale samenwerking te komen.

Belangrijk daarbij is dat het een concept is dat in iedere situatie opnieuw zijn toepassing moet vinden. Enerzijds is het geen vrijblijvend concept, anderzijds mag het geen starre organisatie zijn die gewenste aanpassingen het hoofd kan bieden.
Bijvoorbeeld: werkend vanuit één centrum (parochiekerk, pastorie, parochieel centrum)
in Sint-Oedenrode. De moederkerk, de centrale kerk van Sint-Oedenrode is de Martinus, maar de pastorie van de nieuwe parochie is nu bij De Goede Herder. Vraag is hoe je het ideaal van werken vanuit één centrum niet zo maar overboord zet, terwijl je wel rekening moet houden met de (on)mogelijkheden van de situatie ter plaatse.

a. Het opbouwen van een centrum van parochieleven. Kenmerk van de Nieuwe Parochie is dat er een vitaal centrum is, niet alleen organisatorisch of als huisvesting van de pastoor en eventueel andere teamleden, maar als warme haard die de centrale plek is van het nieuwe huis, ook het levende spirituele centrum van de parochie.

b. Het formeren van een krachtig en gezond team. Een goed team is de naaf van het wiel. Zonder dat kun je organiseren wat je wilt, maar zal de Nieuwe Parochie geen succes zijn, omdat het centrum niet functioneert als een warm nest waar je moed en inspiratie haalt.
En als het centrum niet functioneert, functioneert de Nieuwe Parochie niet.
Voor het proces op weg naar een nieuwe parochie geldt: als we het positieve in elkaar niet kunnen zien wordt het een mijnenveld vol potentiële conflicten.

c. Ruimte voor ‘nabij pastoraat’, ontwikkelen van geloofskernen in het parochiegebied en zo­veel mogelijk bevestigen wat er aan geloofsleven in de ‘oude’ parochies is: allemaal aandachtspunten die aanduiden dat het niet gaat om al het leven weg te trekken naar het centrum van de nieuwe parochie, een soort drainage. Het gaat er integendeel om vanuit het centrum alles wat er her en der aan geloof vorm krijgt te ondersteunen en stimuleren. Daarvoor is wel een goed en krachtig centrum nodig. Zaken dienen op een niveau opgepakt te worden waarop ze vitaal kunnen zijn. Groepsgewijze huwelijksvoorbereiding op het niveau van de oude parochies zal bijvoorbeeld veelal weinig brengen, terwijl het in groter verband wel mensen tot elkaar kan brengen. Er is dus een spanning tussen wat eventueel decentraal kan gebeuren en wat beter centraal kan. Centraal criterium daarbij is hoe alles zo kan gebeuren dat het én goed ge­beurt én mensen kan inspireren en tot elkaar kan brengen.
In alles geldt in de nieuwe parochie het adagium “centrale sturing, lokale uitvoering” ofwel: rond één tafel bijeenkomen om zaken goed met elkaar door te spreken en dan waar nodig het lokaal op een passende manier ten uitvoer brengen.

d. Schouder aan schouder:
De bisschop schrijft in het bisdomblad van oktober 2009: “De mensen die nu betrokken zijn bij de Kerk, zullen we betrokken moeten houden in de nieuwe situatie. Dit geldt voor hen die werken met een aanstelling, voor hen die vrijwilligerswerk doen, voor de zondagse kerkganger en voor de gelovigen die van tijd tot tijd een beroep doen op de Kerk. We hebben iedereen nodig en we moeten samen de klus gaan klaren; schouder aan schouder.”

1.   Het traject:
Het traject op weg naar de Nieuwe Parochie kent een dubbel spoor: er is een bestuurlijk traject en er is een pastoraal traject. Dat zijn twee onderscheiden trajecten met ieder een eigen karakter.
In het bestuurlijk traject gaat het er om de voorwaarden te scheppen voor de nieuwe parochie. Het gaat om zaken van beheer en die vragen een gedegen aanpak om te komen tot een goed fundament van de nieuwe parochie.
In het pastorale traject gaat het om de inhoudelijkheid van de nieuwe parochie, om de Nieuwe Parochie richting en inhoud te geven en zo te zorgen voor inspiratie en enthousiasme.
Het zijn dus twee trajecten die ook in karakter van elkaar verschillen.
Dit dubbelspoor zal zich ook in de Nieuwe Parochie zelf voortzetten: daar zal een bestuur zijn dat voornamelijk beheersmatig en een pastoraal team (of pastoraatgroep) dat pastoraal-­inhoudelijk bezig is.
Dat wil ook zeggen dat de tijd dat kerkbesturen ook werk maakten van adviezen op pastoraal terrein achter ons komt te liggen. In beginsel hoort dat tot het terrein van pastoraal team en pastoraatgroep, maar ook praktisch zal een bestuur van een grote nieuwe parochie echt an­dere zaken aan zijn hoofd hebben.

2.   Sint-Oedenrode:
In Sint-Oedenrode zijn we in een goede sfeer met vijf parochies onderweg naar een Nieuwe Parochie. Zondag 9 mei aanstaande krijgt dat zijn beslag in de oprichting van de nieuwe Odaparochie. Dat wil niet zeggen dat de nieuwe parochie dan klaar is: dan wordt het huis van de nieuwe parochie casco opgeleverd, zou je kunnen zeggen, maar dan moet er nog veel gebeuren aan inrichting en meubilering. Daar hebben we tot 2012 de tijd voor. Ook op andere plekken in het bisdom gaat dit zo, soms vlugger, soms langzamer. Het wil zeggen dat de Nieuwe Parochie geen zaak is van iets dat in een jaar tijd te organiseren is: in een half jaar tot een jaar kan het staket­sel staan, maar voor de Nieuwe Parochie er écht staat zoals ze bedoeld is, duurt echt wel langer en vergt ook nog langere adem. Daarbij geldt dat we bij al ons werken het perspectief steeds voor ogen moeten houden: het gaat erom dat mensen kunnen blijven geloven, het gaat om het evangelie, het gaat om Christus.
Dat perspectief zal alle trajecten, zal al onze inspanningen moeten blijven kleuren.

 Interparochiële Vereniging Sint-Oedenrode


Van de pastoor

Op weg naar de nieuwe parochie

Een nieuw begin
Op 8 november 2009 jongstleden vond mijn installatie plaats tot pastoor van de vijf Rooise parochies en tot deken van het nieuwe dekenaat Sint-Oedenrode/Veghel. De wens was dat deze viering in het teken zou staan van het proces van eenwording van de vijf Rooise parochies. Twee koren zongen samen en vanuit de vijf parochies waren lectoren, misdienaars en acolieten present. Van diverse kanten waren positieve geluiden te horen over deze gezamenlijke viering. Veel dank voor allen die aan het welslagen van deze dag hebben bijgedragen. Dank ook voor alle felicitaties blijken van sympathie die ik rond de installatie mocht ontvangen.

Alle feestelijkheden rond de installatie werden zaterdag 28 november 2009 afgesloten met een ontvangst van mijn nieuwe buren rond de pastorie aan het Mgr. Bekkersplein. Als kennismaking waren alle bewoners rond het plein uitgenodigd voor een gezellig samenzijn. Goede buren zijn immers beter dan verre vrienden. Ook dit was een heel geslaagde ontmoeting en een warm welkom in mijn nieuwe woonomgeving!

De Advent
Het samen vieren is een belangrijk onderdeel van het samengaan van onze vijf parochies. Ook in de Advent krijgt dat een eigen uitstraling door een stukje gezamenlijkheid in overweging en voorbede die in de vijf parochiekerken hetzelfde karakter hebben. Ook brandt gedurende de Advent en het Kerstfeest een speciale kaars in onze kerken. Het licht van Christus mogen wij volgen en uitdragen. Vanaf de advent ‘rouleren’ de leden van het pastoraal team. Zo komen wij in alle parochiekerken van Sint-Oedenrode voor het vieren van de eucharistie en de verkondiging.

Parochiespiegel
Naast het samen vieren wordt er ook inhoudelijk gewerkt aan het eenwordingsproces. De leden van het IPV-bestuur werken hierin samen met Jac van Oppen van het bisdom en ondergetekende. In de voorbije periode is er een parochiespiegel gemaakt met daarin een inventarisatie van wat er in onze parochies leeft en voorhanden is op gebied van onder andere liturgie, katechese en diaconie. Een groot scala van onderwerpen passeerde daarbij de revue. Deze parochiespiegel mondt uit in een analyse waarin de sterke en zwakke punten van onze parochies duidelijk naar voren komt. Jac van Oppen zal de resultaten van de parochiespiegel en de analyse bespreken met de pastores. Duidelijk is wel dat katechese, sacramentenvoorbereiding, diaconie, kerk en samenleving en aandacht en zorg voor jeugd en jongeren belangrijke aandachtspunten zijn voor de toekomst. Ook een goede verstandhouding met Odendael heeft aandacht en krijgt vorm.

Bestuurlijke en materiële zaken
Een commissie, bestaande uit enkele financiële experts, is druk doende zich te buigen over de financiën van de vijf parochies. Ook daar verwachten wij als IPV-bestuur binnenkort resultaten van te horen. Een inventarisatie wordt gemaakt van de onderhoudstoestand van de gebouwen. Zowel de financiën als de gebouwen vloeien straks samen in de nieuwe parochie. Wanneer de commissies van financieel en materieel beheer hun taak hebben afgerond kunnen en zullen wij daar meer over melden.

Ook gaan we in de komende periode nadenken over de samenstelling van een nieuw parochiebestuur. Een bestuur dat de zorg krijgt over de nu nog vijf zelfstandige parochies. Van de nieuwe bestuurders wordt veel gevraagd. Ook dit is een proces dat met veel zorg en aandacht wordt omgeven.

Pastoraat
Het pastoraal team buigt zich, onder leiding van Jac van Oppen, over de taakverdeling, de prioriteiten die gelegd moeten worden in de nieuwe parochie en over de speerpunten die het beleid dragen. Deze speerpunten (jeugd en jongeren, huwelijk en gezin, Kerk en samenleving, roeping en vorming) staan centraal in ons werk. Er zullen nieuwe en soms ook andere keuzes gemaakt worden. Dat past ook bij een nieuw begin. Terecht draagt het beleidsplan van het bisdom als ondertitel: “De Nieuwe Parochie: nieuwe kansen voor onze Kerk.” Als IPV-bestuur en als pastoraal team willen wij meewerken met die nieuwe kansen.

Op weg naar een nieuwe parochie
Zondag 9 mei 2010 zal bisschop Hurkmans naar Sint-Oedenrode komen om onze nieuwe parochiegemeenschap te bevestigen.  Een parochie die de naam van de heilige Oda zal dragen. Voor de afzonderlijke kerkgebouwen blijft de eigen naam behouden. Een kerkgebouw is immers aan een bepaalde heilige toegewijd. Dat blijft zo. De nieuwe parochie komt onder de schutse te staan van de heilige Oda aan wie Sint-Oedenrode haar naam dankt.

Tradities die verbonden zijn aan de afzonderlijke kerkgebouwen blijven uiteraard bestaan. Te denken valt bijvoorbeeld aan de Antoniusverering met de jaarlijkse noveen en openluchtmis in Nijnsel, de Rita-noveen in Boskant en de Sint-Maartensviering in Olland. Dat alles geeft een stuk vertrouwdheid en mag de diversiteit van de ene Odaparochie kleuren. De 9e mei is geen eindpunt, maar een nieuw begin. Het verdere samengaan van onze ene Rooise parochie is echter een proces dat nog enkele jaren in beslag zal nemen. Een proces ook, dat niet altijd makkelijk zal zijn. Het is soms een loslaten van vertrouwde zekerheden. Maar ook is er de rijkdom van de nieuwe parochie die we steeds meer mogen gaan ontdekken en leren waarderen. Steeds meer mogen wij groeien naar eenheid. 

Ik spreek de wens uit dat 2010 een door God gezegend jaar moge worden voor de parochie Sint-Oedenrode. In geloof, hoop en liefde mogen wij ons verenigen rond Jezus Christus. Hij is de Hoeksteen waarop onze nieuwe parochie mag bouwen. Zo mogen wij Groeien in Geloof en Geloven in Groei.

Vincent Blom,
Pastoor-deken


Van de diaken

Een kennismaking met diaken Frank van der Geld

Frank van der Geld, DiakenPastoor-deken Vincent Blom heeft mij gevraagd om in een korte bijdrage mij aan u voor te stellen als nieuw lid van het pastorale team.
Afkomstig uit Eindhoven (Woensel), waar ik 46 jaar geleden geboren ben, heb ik al op mijn veertiende op school mijn huidige echtgenote Astrid ontmoet. Hiermee waren er twee liefdes in mijn leven, de liefde voor God en voor Astrid, hetgeen tot op de dag van vandaag is gebleven. Inmiddels hebben wij drie kinderen, Lucas (12), Pauline (12) en Annemijn (bijna 5) en wonen wij in het buitengebied van Heeswijk-Dinther.

Sinds een groot aantal jaren ben ik advocaat en heb, samen met vijf collega’s, mijn kantoor in de voormalige pastorie van Mariaheide. Vaak vragen mensen mij of dat wel kan, man van de kerk zijn en advocaat? Ik denk dat dit heel goed kan. Een advocaat is in de letterlijke vertaling een ‘helper’ zo goed als de diaken staat voor de ‘dienaar’. Gelukkig wordt van ons advocaten niet verwacht dat wij allemaal zo zijn als enkele bekende namen van televisie en de krant.

Hoewel ik in mijn jeugd sterk het gevoel had dat ik iets met mijn geloof wilde doen, heeft het tot bijna mijn veertigste levensjaar geduurd voordat ik aan de diakenopleiding begon. Voor mij was dit een tijd van grote verandering, ook al omdat mijn vader kwam te overlijden.

In mijn opleiding heeft voor mij steeds voorop gestaan dat ik werkelijk beschikbaar wil zijn voor God en voor de mensen. Ik heb hierbij het rotsvast vertrouwen dat oprechte vriendschap met de medemens alle deuren opent. Johannes heeft in zijn Evangelie Jezus als volgt geciteerd: ‘vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord aan jullie bekend gemaakt heb. (Joh. 15,15)’ 

Vrienden wensen voor elkaar alleen het allerbeste. Het allerbeste dat ik u kan toewensen is dat wij als nieuwe parochie elkaar weer leren zien als vrienden die met elkaar het geheim en de vreugde delen van de vriendschap in Christus.

Als parttimer naast mijn werk en met de zorg voor mijn jonge gezin, zal ik zeker niet altijd beschikbaar kunnen zijn voor de parochie en voor u. Ik hoop echter dat ik juist de jonge gezinnen en hun kinderen mag begeleiden in hun zoektocht naar de zin van het leven en naar verbondenheid met elkaar in de parochie. Juist de sacramenten van het doopsel en het huwelijk bieden voor jonge mensen een krachtig teken dat God Zijn liefde aan ieder van ons wil tonen. Deze liefde is niet van voorbijgaande aard. Zij vernieuwt en versterkt zich elke dag waar mensen in verbondenheid met elkaar samenleven.

Hopelijk mag ik vele jaren verbonden zijn aan de nieuwe parochie en met u, alle vrijwilligers en het pastorale team, bouwen aan een nieuwe en sterke parochie die –zoals onze pastoor-deken het heeft geformuleerd, in het hart van ons bisdom-  als voorbeeld mag dienen voor de vernieuwde kerk die groeit in geloof en gelooft in groei.

Frank van der Geld,
Diaken.


Van de pastoor

Een kennismaking met de nieuwe pastoor

V.(Vincent) H.P. Blom, Pastoor-dekenSinds 1 augustus 2009 ben ik officieel de nieuwe pastoor voor de vijf parochies van Sint-Oedenrode. Vanwege de vakantietijd en wat noodzakelijke werkzaamheden aan de pastorie kon de verhuiswagen pas op 4 september jongstleden het Mgr. Bekkersplein oprijden. Inmiddels heeft alles in de pastorie een plaatsje gekregen en nemen de activiteiten in de parochie en het dekenaat een aanvang. De eerste maanden in een nieuwe werk- en woonomgeving zijn ook maanden van veel kennismaken, van nieuwe gezichten en nieuwe namen. Het is bemoedigend om te ervaren hoevelen op de een of andere wijze betrokken zijn bij een van de vijf geloofsgemeenschappen.
Graag wil ik mij wat nader bij u voorstellen.

Op 8 juni 1967 werd ik in Utrecht geboren als jongste van drie kinderen. Een broer, die inmiddels in Engeland woont, en een zus gaan mij voor. Zowel mijn vader, grootvader als overgrootvader hebben tijdens hun werkzame leven het mooie beroep van koster uitgeoefend. Voor mij was er lange tijd ook maar één optie, en dat was ook koster worden . . . de vierde generatie. Tijdens mijn middelbare schoolopleiding ontstond echter langzaam het verlangen om priester te worden. Na enkele jaren werken op de personeels- en salarisadministratie van een groot ziekenhuis begon ik in september 1992 aan de priesteropleiding van het Sint-Janscentrum in Den Bosch. Na die studie wachtte mij als diaken een stage in de parochie van Odiliapeel. Vanuit deze parochie ontving ik in 1998 de priesterwijding in de Bossche Sint-Jan. De kathedraal zou weldra al een bijzondere plaats in mijn leven gaan spelen. Ik werd ceremoniemeester van onze bisschop en eind 1999 ook nog pastor van de binnenstadsparochie van de Sint-Jan. Het was een bijzondere ervaring om zes jaar in en om dit indrukwekkende Godshuis te mogen werken. De Sint-Jan is niet alleen bisschopskerk, maar ook parochiekerk en bedevaartkerk van de Zoete Moeder. Dat alles kleurde het bijzondere pastoraat van deze kerk.

In 2005 volgde de benoeming tot pastoor van de Odulphusparochie in Best. Vier jaar mocht ik werken in deze parochie. Een levende parochie met een heel sterke gemeenschapszin en een actief vrijwilligerscorps. Begin februari van dit jaar vroeg de bisschop mij om deken te worden van het nieuwe dekenaat Sint-Oedenrode/Veghel. In de loop van afgelopen juni kwam daar de vraag bij om pastoor te worden van de nieuw te vormen parochie van Sint-Oedenrode.

Het is, zoals ik reeds eerder opmerkte, een vreugde om te ervaren dat zovelen in de vijf Rooise parochies zich als vrijwilliger inzetten om het vuur van het geloof, het vuur van Gods Geest brandend te houden. Vol vertrouwen wil ik samen met de beide diakens, Jos van den Bosch en Frank van der Geld, in teamverband werken ten dienste van de geloofsgemeenschap van Sint-Oedenrode.

Zoals u ongetwijfeld weet, staat ons bisdom aan de vooravond van ingrijpende veranderingen. De indeling in nieuwe dekenaten, begin dit jaar, was een eerste stap. Nu volgt een nog grotere verandering: het samenvoegen van parochies. De nu nog 230 zelfstandige parochies in ons bisdom zullen in de komende jaren samenvloeien in 57 nieuwe parochies. Mgr. Hurkmans heeft daarbij de vijf parochies van Sint-Oedenrode aangewezen als een van de twaalf pilotparochies. Een van de parochies dus, waar begonnen wordt met het proces van fusie. In geloof en vertrouwen zijn wij dit proces ingaan. We mogen groeien naar een nieuwe vitale geloofsgemeenschap. Dat is ook het motto van het reorganisatie-proces en van het nieuwe beleidsplan van ons bisdom: “Groeien in geloof, geloven in groei.”

Het bestuur van de Interparochiële Vereniging (IPV), waarin de vijf vice-voorzitters van de parochiebesturen en ondergetekende zitting in hebben, komt drie-wekelijks bijeen om de groei naar de nieuwe parochie vorm te geven. Wij ontvangen daarbij begeleiding en steun van Jac van Oppen van het bisdom. Onderwerpen van gesprek en discussie zijn onder andere de financiële en materiële positie van de afzonderlijke parochies, het toekomstig beheer en de vorming en samenstelling van een nieuw bestuur. Dit alles zal leiden tot een ‘startdocument beheer’. Ook als pastoraal team werken wij toe naar een pastorale eenheid van de vijf parochies. Dit zal resulteren in een ‘pastoraal startdocument’. Het pastorale beleid zal zich centreren rond de speerpunten die het bisdombeleidsplan weergeeft: jeugd en jongeren, huwelijk en gezin, kerk en samenleving, roeping en vorming. Naast individueel pastoraat en liturgie vormen de genoemde speerpunten de kern van het nieuwe bisdombeleid. In deze speerpunten komen onder andere katechese, diakonie, parochie-opbouw en oecumene naar voren. Ook het pastoraal team ontvangt bij haar opstart van het nieuwe beleid de medewerking en coaching van Jac van Oppen.

Een boeiend en tegelijk pittig proces. Verandering is altijd moeilijk. Dat geldt ook voor dit fusieproces. Op enig moment zal de fusie een feit zijn en ontstaat er een nieuwe parochie. In de jaren die volgen mag die nieuwe parochie zich steeds meer gaan ontwikkelen en zal ook het pastoraat in de vroegere parochies steeds meer op elkaar worden afgestemd. Ook de inzet van emeriti priesters en diakens nemen wij als pastoraal team in dit alles mee.

De benoeming van het nieuw pastoraal team, bestaande uit een priester en twee diakens, wordt als een rijkdom ervaren. Tegelijk gebied de eerlijk te zeggen dat dit team niet volledig voor Rooi beschikbaar is. Alleen diaken Jos van den Bosch is fulltime werkzaam in Sint-Oedenrode. Diaken Frank van der Geld is parttime aan de parochie verbonden en zelf moet ik mijn tijd verdelen over onze Rooise geloofsgemeenschap en het dekenaat. Het dekenaat Sint-Oedenrode/Veghel telt zo’n 30 parochies die op de een of andere wijze allemaal een beroep doen op de deken. Daarnaast zal ik in  de parochies van ons dekenaat het sacrament van het vormsel gaan toedienen. Ik probeer mijn aandacht en beschikbare tijd over dit alles zo goed mogelijk te verdelen.

Gelijktijdig met het proces van de fusie van onze parochies is ook het samengaan van de dekenaten van Sint-Oedenrode en Veghel in volle gang. Naast genoemde dekenaten zijn er ook enkele parochies uit de voormalige dekenaten Geldrop, Oirschot en Boxtel aan ons nieuwe dekenaat toegevoegd. Met enkele collega’s uit het dekenaat heb ik een stuurgroep gevormd en werken we toe naar een nieuwe structuur en werkwijze voor dit grote dekenaat.

Dankbaar ben ik voor de nieuwe start die ik in Sint-Oedenrode mocht maken. Het was voor mij niet gemakkelijk om na slechts vier jaar de Odulphusparochie van Best te moeten verlaten, maar de hartelijkheid waarmee ik in Sint-Oedenrode ben ontvangen geven mij het gevoel thuis te zijn en geven mij vertrouwen voor de toekomst. Samen met mijn collega’s Jos van den Bosch en Frank van der Geld, en met allen die bij onze geloofsgemeenschap betrokken zijn en er zich voor inzetten, wil ik mij sterk maken voor een vitale geloofsgemeenschap in Sint-Oedenrode en in ons dekenaat.
Dank voor uw betrokkenheid bij onze Rooise geloofsgemeenschap!

Vincent Blom,
Pastoor-deken.


Van de pastoraal werkende

Een kennismaking met de nieuwe pastoraal werkende Manon van den Broek

Manon van den Broek, pastoraal werkende


Van de pastor

Een kennismaking met priester Paul Rens

Op verzoek vanuit uw parochie, wil ik u mij graag even voorstellen. Ik ben pastor Paul Rens. Geboren te Tilburg en als jongste van zes kinderen. Dit jaar ben ik 37 jaar geleden tot priester gewijd door Bisschop Bluyssen.

Heb mijn studies gevolgd nog even op het grootseminarie Haaren en daarna aan de theologische faculteit in Tilburg.

Paul Rens, priesterEerlijk gezegd had ik een drietal jaren eerder gewijd kunnen worden maar in de zeventiger jaren was er veel onduidelijkheid en alles in beweging. Maar nu na zoveel jaren ervaring, durf ik toch te zeggen dat priester zijn iets heel moois is, mensen nabij zijn op de kruispunten van hun leven. Tot zichzelf te brengen, bevrijden van waarin ze gevangen zitten, is iets om heel dankbaar voor te zijn.

Ik ben pastoraal werkzaam geweest op diverse plaatsen in ons bisdom en daarbuiten. De eerste jaren van het basispastoraat, gedurende 15 jaar heb ik gewerkt in parochies in Eindhoven, in de wijken Stratum en Woensel. Daarna heb ik een sociaal pedagogische studie gevolgd in Nijmegen, die ik met een scriptie heb afgerond. In het begin van de tachtiger jaren werd ik gevraagd om pastor te worden in het behandelcentrum voor meervoudig gehandicapte jongeren ‘Zonhove’ in Son. Wat ik parttime heb gedaan gedeeld met een andere taak om het huwelijkspastoraat op te bouwen in Woensel in Eindhoven.

Dit gedurende 3 jaar en op verzoek van Bisschop Bluyssen. Later ben ik half-time gaan werken in het bisdom Breda bij de ‘Kardinaal de Jongstichting’ met opnieuw de zorg voor gehandicapten, hun families en hun begeleiders, in woonvormen. Later kwam er door een fusie met een andere instelling een andere naam ‘Amarant’.

Ik ben bijna 20 jaar werkzaam geweest in de gehandicapte zorg. Toen vroeg de huidige bisschop Hurkmans mij om te gaan werken op het Officialaat (kerkelijke rechtbank) op ons bisdom, in Den Bosch. Waar wij mensen nabij willen zijn in hun stukgelopen huwelijken.

Deze taak heb ik met vreugde gedaan in een goed teamverband. Werken in teamverband daar geloof ik in, om mensen tot zichzelf te brengen om  hun steentje bij te dragen in het samen kerk-zijn. Samen met andere collega’s ontdekken wat ieders sterke kanten zijn en die helpen ontplooien om u nabij te zijn. Zo wil ik met mijn capaciteiten u helpen in het geven van geloofsverdieping, naast assistentie verlenen in het voorgaan van de vieringen. Dit opnieuw op verzoek van onze bisschop. Ik ben juist terug na een verblijf van twee jaar van wonen en werken in Italië. Na bijna 40 jaar werkzaam te zijn in de Nederlandse kerk, wilde ik eens kennis maken met de wereldkerk waar wij deel vanuit maken. Het 1e jaar zat ik in een internationaal centrum voor priesters, diakens en seminaristen in Loppiano in de buurt van Florence. Het 2e jaar was ik werkzaam in parochies van het bisdom Latina en Rome.

Al bij al niet gemakkelijk maar toch een rijke ervaring om collega’s te ontmoeten uit alle landen van de wereld, van

China tot Argentinië en van Roemenië tot Irak. Het maakt je als Nederlander een beetje bescheiden als je ziet en hoort hoe elders in de wereld in die wereldkerk gewerkt wordt vanuit datzelfde evangelie van waaruit wij ook proberen te leven. Laten wij in eenheid proberen samen te werken aan de nieuwe parochie St. Oedenrode met als leidraad het nieuwe beleid van ons bisdom, met respect voor ieders verleden en capaciteiten, dan zullen we samen een mooie toekomst tegemoet gaan, naar ik hoop en bid. Dat anderen aan ons kunnen zien dat wij christenen zijn die bouwen aan een nieuwe wereld waar plaats is voor velen, ieder naar zijn bevoegdheid en taak.

Laten we er samen in geloven!

Pastor Paul Rens.


Van het parochiebestuur

2010 fusiejaar

Het jaar 2009 is voor onze parochie een heel belangrijk jaar geweest.
In april heeft de bisschop van Den Bosch, monseigneur Hurkmans, het nieuwe beleid bekend gemaakt (Groeien in geloof, geloven in groei). In dat beleid gaat het over de vorming van nieuwe parochies. De redenen voor dit nieuwe beleid zijn het priestertekort en de teruggang van het kerkbezoek. De bedoeling is dat er minder, maar grotere, parochies komen. Het beleid moet in 2020 gerealiseerd zijn.

Enkele maanden daarna heeft de bisschop de 5 parochies in Rooi (Olland, Boskant, Nijnsel, Centrum en Eerschot) aangewezen als pilot-parochie. Dat betekent dat het nieuwe beleid in Rooi als eerste uitgewerkt en ingevoerd gaat worden.

Een eerste, en heel belangrijke, stap op weg naar een nieuwe parochie was de benoeming van een pastoraal team voor de 5 parochies gezamenlijk. En later dus voor de fusieparochie.
Dat pastorale team bestaat uit pastoor Vincent Blom (woont vanaf september in onze pastorie), diaken Frank van der Geld en diaken Jos van den Bosch.

Vanaf augustus is er al hard gewerkt aan de tot stand koming van de fusie. De vice-voorzitters van de 5 parochies hebben in IPV (= Interparochiële Vereniging) verband een inventarisatie gemaakt van de huidige situatie van de 5 parochies op het gebied van de financiën en de gebouwen. Maar ook is gekeken welke activiteiten er op dit moment in de parochies nog zijn en hoeveel vrijwilligers er nog zijn. Die inventarisatie moet uiteindelijk leiden tot een startdocument beheer. Dat document is dan de basis voor de fusie.

Het pastorale team heeft daarnaast gewerkt aan een pastoraal startdocument.In dat startdocument komt de pastorale kant van de fusie aan de orde. Denk dan bijvoorbeeld aan de liturgie, de catechese en de diaconie.

In de loop van 2010 moeten beide startdocumenten klaar zijn. En dan zal er een nieuwe parochie ontstaan. De 5 parochies in Rooi gaan op in één nieuwe parochie. Die nieuwe parochie krijgt ook een nieuwe naam.

Voor alle duidelijkheid, onze kerk blijft gewoon De Goede Herder kerk heten. Het is dan De Goede Herder kerk van de Odaparochie.

2009 was dus voor onze parochie een belangrijk jaar. 2010 wordt een nog belangrijker jaar.

Nog al wat veranderingen dus. Maar het belangrijkste verandert niet. En dat is de behoefte aan uw inzet voor en betrokkenheid bij onze parochiegemeenschap. In welke vorm dan ook. Zonder uw inzet en betrokkenheid had de parochiegemeenschap van De Goede Herder geen toekomst. En dat zelfde geldt voor de nieuwe parochie.

Wij hopen daarom dat wij ook in 2010 op u mogen rekenen.

Parochiebestuur De Goede Herder,
Henri Gooskens,
Vice-voorzitter.


Liturgie

Het verhaal moet uitgelegd worden,
toegepast, geactualiseerd,
'verkondigd' noemen wij dat.

Maar het moet ook
als een perspectief,
als een visioen,
gevierd worden.

Dat betekent:
opgetild, in de ruimte gezet,
tot muziek gemaakt,
tot poëzie gemaakt.

Dat is de kern van alle liturgie.

Huub Oosterhuis.


JoP De Ontdekking

Een samenwerking van
Parochie De Goede Herder
Parochie Sint Antonius van Padua
Parochie Heilige Martinus (Centrum)

Contact:

Website: JoP - De Ontdekking

 

Namens JoP de Ontdekking,

José van den Brand,
Joke van den Brand-van Gastel,
Corry Kocken.


Eucharistievieringen door de week

Elke donderdag om 09.15 uur in de dagkapel van De Goede Herder kerk (Eerschot).

Op de eerste vrijdag van de maand is de viering om 10.00 in zorgcentrum Odendael.

Weekend vieringen


Kinderwoorddienst

Op dit moment zijn (nog) geen data kinderwoorddienst bekend.


Eerste Communie en Heilig Vormsel 2011

Eerste Communie
De communiedatum is zondag 19 juni 2011.

Voorbereiding Eerste Communie

Heilig Vormsel
De vormselviering is op zaterdag 28 mei 2011.

Voorbereiding Heilig Vormsel


Doopvoorbereiding

Overzicht data doopvoorbereiding en doopvieringen 2011

Door de werkgroep doopvoorbereiding zijn de volgende data gepland (onder voorbehoud).
Alle doopvoorbereidingen vinden plaats op dinsdag en de doopvieringen op zondag.

Doopvoorbereiding Doopviering
   

Werkgroep Doopvoorbereiding.


Het "Bloemetje van de week"

In de vieringen van zaterdagavond of zondagmorgen wordt bij het klaarmaken van de tafel een extra bloemstukje op het altaar neergezet, bij het evangelieboek en de brandende kaarsen. Dit bloemstukje wordt iedere week speciaal gemaakt, zoals alle versiering trouwens in de kerk door de dames van de van de bloemsiergroep.

Het is bestemd voor een medeparochiaan, of een familie, die op een of andere manier (bijvoorbeeld bij ziekte, ouderdom, verlies van een dierbare of bij een huwelijksjubileum enzovoorts) onze aandacht en nabijheid vanuit onze parochiegemeenschap mag ervaren.

Vanzelfsprekend bidden wij dan ook voor hen.

Na de viering van Zondagmorgen wordt het bloemstukje vanuit de vierende gemeenschap weggedragen om zijn/haar weg te gaan naar een adres in onze gemeenschap van "De Goede Herder".

Zo kunnen we ook weer een beetje herder zijn voor elkaar.

Altaar parochiekerk De Goede Herder, Sint-Oedenrode (1966)

lnk.gif (1041 bytes)


De Paaskaars

Licht voor 't leven

Doopvont en paaskaars parochiekerk De Goede Herder, Sint-Oedenrode (1966).

De paaskaars 2011 is geschilderd door parochiaan Daan van Amesfoort.
Door de vorm en het kleurgebruik van de schildering past deze uitstekend bij de sfeer en het interieur van het kerkgebouw.

lnk.gif (1041 bytes)


top pagina © 2011 parochie heilige oda - de goede herder kerk, contact/info
mgr. bekkersplein 1, 5491 eb sint-oedenrode (kaart/route)
telefoon (0413) 477 741, fax (084) 2213 463
wijzigingsdatum: 17-05-2011 Disclaimer